Wednesday, January 16, 2008

15 JANUARI

De school is weer begonnen. We nemen terug het ‘gewone’ leven op.
Vooreerst wil ik je wat kwijt over een film die ik juist gezien heb met Marta. Zondag is rustdag, hé.

We zagen ‘Voyage vers l’enfer,les clandestins’ . Theo had me deze film uitgeleend naar aanleiding van een gesprek over de vele Malinezen die naar Spanje vertrekken.

Een keer zijn we het fabriek van Theo gaan bezoeken en hebben we kennis gemaakt met een collega van hem die al een keer in Spanje is geraakt met de boot. Hij heeft niet het geluk gehad te kunnen blijven maar als hij de kans krijgt, wil hij terug die harde reis ondernemen.

Nu ik die film gezien heb, denk ik terug aan die collega van Theo. De personages uit de film zijn voor mij als kennissen. Het verhaal raakt me veel dieper dan voordien nu ik mensen ken die hetzelfde meegemaakt hebben.

Deze tijd die ik in Mali beleef, maakt me van vele dingen bewuster!

In de vakantie zijn we met de communiteit op uitstap geweest. Op het programma stond Pays Dogon, Mopti en San maar uiteindelijk is de planning veranderd omdat de auto van de zusters uit Touba in pan was.

26 december, het was nog donker, zijn we vertrokken met de jeep. De koffers vanachter in de laadruimte waren goed beschermd met een plastiek tegen het stof.

Na enkele uren maakte we een stop in Segou (ten noordoosten van Bamako). Gelukkig, want het begon me al dringend te worden. Bij het tankstation vonden we het toilet. Toen iedereen terug op zijn gemak was, aten we samen ons ontbijt.

Heel gezellig was het niet want we vonden niet direct brood en Rosanna was gehaast om te vertrekken. Bovendien voelde ik mij niet goed bij het feit dat wij onze picnic aten voor het oog van verschillende bedelende kinderen. Maar wat konden we anders doen?

We vervolgden onze weg. De kans om verloren te rijden, was niet groot want de weg ging bijna altijd rechtdoor. We genoten van de zonsopgang en het prachtige, uitgedroogde savannelandschap (struiken, zand en af en toe wat bomen). In San aangekomen, half één ondertussen al, zochten we de katholieke missie waar Sr. Ausilia ons zou opwachten. (San is de enige Christelijke provincie in Mali)

Sr. Ausilia, zuster van Don Bosco uit de communauteit van Touba, leidde ons naar Touba.

Touba is een dorp in de echte brousse. ( De mensen uit Bamako zeggen dat Niamana in de brousse ligt maar als je Touba gezien hebt, mag je Niamana een gemeente in de periferie noemen). Er is geen elektriciteit en geen netwerk maar het is er zalig rustig.

Om Touba te bereiken moet je zo’n 80 km piste doen. De piste is een roodzanderige, voor een groot stuk onaangelegde, weg.

Onderweg zagen we tal van baobabs en thermietenholen (zie foto’s). Voor mij was dit heel bijzonder!

15u, WELKOM in Touba! We werden hartelijk ontvangen door Sr. Teresita en Sr. Lucie.

We laden de bestofte bagage uit de auto (deze keer had Rosanna, stofallergisch, gelijk toen ze ons vroeg om onze bagage te beschermen tegen het stof) en installeerden ons in ons kamertje. Daar lag een kerstgeschenkje op ons te wachten: een zak vanillekoekjes, enkele snoepjes, een prachtig welkomskaartje en een zelfgemaakte sleutelhanger. De gastvrijheid viel me op!!!

De missiepost is niet groot: een klein gebouw voor de zusters met keuken, salon en enkele slaapkamers, een gebouw met magazijn, garage en gastenkamer, een dispensarium en een schooltje voor alfabetisering en professionele opleiding. De eenvoud en de huiselijkheid sprak me aan.

Ik voelde me hier zoveel meer thuis dan op ons reuze terrein in Niamana.

3 dagen zijn we in Touba gebleven, echt een tijd om de batterijen terug op te laden.

We hebben de omgeving verkend, de families van de meisjes uit onze foyer bezocht en veel gebabbeld.

Sr. Auxilia, verpleegster, vertelde ons over de moeder van Brigitte (een meisje uit de foyer). Brigitte’ s moeder was gek geworden. Zij werd door de zusters behandeld. (Gekken worden, vastgebonden met touwen, door anderen naar het dispensarium gebracht).2 jaar geleden verdween ze spoorloos en liet een groot gezin achter. 2 maand geleden is ze onverwachts teruggekomen, hoogzwanger. Niemand weet waar de vrouw al die tijd verbleven heeft en wie de vader is van het kind maar Brigitte’s vader heeft het kind aanvaard en hem zijn naam gegeven.

In het dispensarium komt Sr. Ausilia regelmatig gevallen van aids tegen. Het gaat vaak over meisjes die thuis moeten werken en niet de kans krijgen om naar school te gaan. Eens ze puber zijn vluchten ze om ergens anders een beter leven op te bouwen. Velen keren terug zwanger en/of ziek.

Ook in Niamana, vlak bij de stad, zijn er vele meisjes die NIET naar school gaan omdat er geen geld is, omdat de ouders het belang niet inzien, omdat er gewerkt moet worden, omdat...

Ik besef hier, in Mali, maar al te goed wat een groot geluk ik gehad heb in mijn gezin geboren te zijn!

Nog iets waar ik van versteld stond: bijna alle Malinezen zijn besneden, zowel jongens als meisjes. De besnijdenis wordt uitgevoerd, niet enkel in functie van hun geloof, want er zijn ook Christenen die besneden zijn, maar uit traditie. De betekenis is verloren gegaan.

Ik weet niet in welke mate de meisjes worden besneden maar dat ze besneden worden is op zich al verschrikkelijk.

Om verder te gaan met mijn reisverhaal. 29 december heel vroeg zijn we met de communauteit van Touba en onze communauteit naar Mopti vertrokken. (dankzij de broeders die ons hun auto geleend hadden). Mopti ligt nog eens honderden kilometers verder in het Noorden, te midden van steppenlandschap. In Mopti hebben we echt de toerist uitgehangen : rondgewandeld op de plaatselijke markt, een boottocht gemaakt op het meer, samen gegeten, foto’s genomen en het spel van afbieden gespeeld ( hier ben ik ondertussen al getraind in geraakt ;) )

Na dit dagje toerisme zijn we terug huiswaarts gekeerd, op naar Niamana, zo’n 620 km, met een stop in San om te overnachten. Onderweg kwamen we nog de 3 koningen tegen, 3 toearegs op hun kameel...en ze kwamen uit het Oosten J


Onze vakantie was heerlijk en interessant geweest !